maandag 26 maart 2012

Landverhuizers vanuit Zaltbommel in 1849: A.E. Dudok Bousquet en zijn gezin.

In het Maartnummer van het blad Genealogie van het Centraal Bureau voor Genealogie staat een artikel van Pieter Stokvis getiteld Opvoeden in Réveilkring (p.22-25). Hij verhaalt daar over een tweetal egodocumenten, waaronder een kroniek van de familie Bousquet waarin Jan Dudok Bousquet de levensloop beschrijft van zijn vader Pierre (1778-1817) en zijn broer Abraham Everard (1803-1856). De kroniek, berust in de Central College Archives in Pella (Verenigde Staten).

Als aanvulling op het artikel wil ik er op wijzen dat Abraham Everard in 1803 in Amsterdam is geboren en zich in 1834 of 1835 als koopman vestigt in Zaltbommel samen met Henriette Marthe Chabot met wie hij eind 1834 in Rotterdam was gehuwd. In Zaltbommel worden hun vier kinderen geboren, de zonen Pierre Henri (1835), Jean Joseph (1837), Henri Louis (1840) en Herman Frederik (1841). Abraham sluit zich in 1835 aan bij de Afgescheiden gemeente van Gameren en is zeer actief binnen de Afscheidingsbeweging in de jaren dertig en veertig van de 19e eeuw, onder andere als scriba van de classis Gorinchem waartoe in die tijd de Bommelerwaard hoort. Zaltbommel kent in die jaren nog geen Afgescheiden gemeente en er zijn slechts weinig geestverwanten in de stad. Maar in het huis van Dudok Bousquet in Zaltbommel komen omstreeks 1839 al wel afgescheidenen bijeen. Abraham stamt uit de kring van het Reveil. Hij is bevriend met Isaac da Costa en de bekende predikant uit de eerste jaren van de afscheiding, H.P. Scholte.

In 1841 richt Abraham Everard Dudok Bousquet aan de Nonnenstraat in Zaltbommel een fabriek op van vertind ijzer, keukengereedschap, en dergelijke. Die fabriek moet hij twee jaar daarna al met groot verlies van de hand doen. Daarna is hij eigenaar van een steenoven. Maar dat wordt eveneens geen succes. In 1842 zet hij ook houttuinen op aan de Waalkade tussen de Waterpoort en de Steigerpoort. Maar de houthandel brengt hem ook niet datgene wat hij er van had gehoopt. Of zijn zakelijke tegenslagen te maken hebben met de tegenvallende economische ontwikkeling in die jaren, met zijn gebrek aan talent als zakenman of dat hij ‘om des geloofs wille’ ook wordt tegengewerkt, is een interessant punt voor nader onderzoek.

Van A.E. Dudok Bousquet zijn enkele brieven bewaard gebleven in de Collectie van de Stichting Réveil-Archief die berust in de Bijzondere Collecties van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. Daaruit blijkt duidelijk dat hij het in het begin van de jaren veertig financieel zwaar heeft, dat hij zich zorgen maakt over de politieke en religieuze situatie in het land en over de opvoeding en gezondheid van zijn kinderen. Hij overweegt dan serieus om te emigreren naar Noord-Amerika of naar Java. Die plannen om, aanvankelijk zonder zijn gezin, fortuin elders te zoeken, worden echter niet doorgezet. Uiteindelijk vertrekt Abraham Everard in 1849 met zijn gezin en een groot aantal andere afgescheidenen naar Pella in Iowa in Noord-Amerika, naar de kolonie die zijn vriend, predikant H.P. Scholte, daar enkele jaren eerder stichtte.

Jan Buylinckx

Bronnen:
- Archief gemeente Zaltbommel 1816-1928, registers burgerlijke stand, vergunning oprichting fabriek, notulen college van B&W en gemeenteraad.
- J. Stellingwerf, Amsterdamse emigranten. Onbekende brieven uit de prairie van Iowa 1846-1873. Amsterdam 1975.
- C. Smits, De afscheiding van 1834. Eerste deel: Gorinchem en ‘Beneden Gelderland, Oudkarspel 1971.
- S. Zoetmulder, Zaltbommel 9 eeuwen middelpunt, rubriek in Brabants Dagblad, afleveringen 667, 810, 836 en 871.

maandag 12 maart 2012

Werkverschaffing

Op het Catshuis wordt druk vergaderd over bezuinigingen. Het overheidstekort loopt op net als de werkloosheid. Naast bezuinigen moet gestimuleerd worden dat zoveel mogelijk mensen aan het werk blijven. Tijdens de crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw vonden mensen werk in het kader van de werkverschaffing. Lokale overheden voerden dankzij een bijdrage van het Rijk in de loonkosten allerlei projecten uit. We hebben er bijvoorbeeld het bekende 'Amsterdamse bos' aan te danken.

Zaltbommel had destijds zijn eigen 'Amsterdamse bos', namelijk het uitdiepen van de dichtgegroeide stadsgracht die om de oude binnenstad lag. Net als in Amsterdam was het een project onder toezicht van de Nederlandsche Heidemaatschappij. Eind 1934 kwam het werk ter sprake in het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. De gemeente hoopte een jaar lang 50 à 60 arbeiders aan werk te helpen. Het aantal werklozen in de gemeente fluctueerde nogal. In maart 1935 berichtte de gemeente dat er 216 ingeschreven werklozen waren, in juli 112, in september 155 en in januari 1936 maar liefst 228. Seizoensgebonden arbeid zal op deze cijfers zeker van invloed op zijn geweest. Op 10 september 1935 gingen de eerste spaden in de grond. De arbeiders moesten toen een verklaring tekenen dat zij elk voorwerp dat ze tegenkwamen dat van belang zou kunnen zijn 'uit een oogpunt van natuurlijke historie, oudheid- of geschiedkunde' of om een andere reden waarde had meteen aan de opzichter te geven, en zo afstand te doen van hun 'recht van eigendom op het gevondene' bedoelt in artikel 642 van het Burgerlijke Wetboek.

De gemeente Zaltbommel liet een fotoalbum aanleggen met een beeldverslag van de werkzaamheden over de jaren 1935-1938. Ruim honderd foto's geven een beeld van het weghalen van de weelderige begroeiing, het leegpompen van de grachten, het afvoeren van bagger en het uitgraven van tienduizenden kubieke meters grond.

De werkverschaffing bood in de jaren 1939 - 1943 in Zaltbommel ook uitkomst bij het uitdiepen van de haven, de aanleg van riolering, de aanleg van een woonwagenkamp en de aanleg van een landbouwproefveld.

Voor alle foto's in het fotoalbum zie de beeldbank op www.streekarchiefbommelerwaard.nl

Sil van Doornmalen,
adjunct-streekarchivaris