woensdag 20 maart 2013

Belasting en genealogie

Bijna is het weer zover. Op 1 april worden we geacht onze inkomensbelastingaangifte ingediend te hebben. Het blijft een dankbaar onderwerp voor discussie, geklaag en burgerlijke ongehoorzaamheid. Dat is nu zo, maar vroeger niet minder. Belastingperikelen zijn van alle tijden.
In 1749 waren de financiën van het toenmalige Kwartier van Nijmegen niet florissant. De Bommelerwaard maakte toen deel uit van die regio. Om 'het huishoudboekje' op orde te krijgen vaardigden de staten van het kwartier een plakkaat (een openbare bekendmaking) uit waarin alle dorpsbesturen werden opgeroepen om een adequate lijst te maken van alle woningen, hun bewoners en nog wat zaken. Niet alle inwoners werden geregistreerd met naam. Voor de belasting heffing was de naam van de eigenaar van een woning en de - mannelijke - hoofdbewoner van belang. Van kinderen werd alleen het aantal opgegeven, ingedeeld naar enkele leeftijdsklassen. De echtgenotes blijven meestal onbekend. Een enkele keer zijn ze bij naam genoemd als weduwe ("De wed. Jan van Boxel") of bij de vermelding van een weduwnaar ("Cornelis van der Salm weduw. Metje Coeters"). Inwonende familieleden, knechten en dienstmeiden worden soms wel en soms niet met naam genoemd.

Het geheel kon worden ingevuld op (voorbedrukte) lijsten die verdeeld waren in twaalf kolommen. Van de Drielse opgave is geen formulier bewaard maar een geschreven staat. Het Streekarchief Bommelerwaard heeft de bewaard gebleven kohieren (een oude term voor belastingregister) voor de streek gedigitaliseerd en geïndexeerd. Het zijn de kohieren van Brakel, Driel (Kerkdriel, Velddriel en Hoenzadriel), Hedel, Hurwenen, Nieuwaal en Rossum. Hierin worden zo'n 1050 personen met (achter)naam genoemd. De opgaven van de andere Bommelerwaardse dorpen hebben voor zover bekend de tand des tijds niet overleefd. Deze kohieren zijn prachtige bronnen voor genealogisch en sociaal-economisch onderzoek. Omdat alle bewoonbare woningen opgenomen werden (woning is soms een te groot woord en dan wordt gesproken van 'hut') zijn de lijsten een soort volkstelling avant-la-lettre.


Een blad uit het belastingkohier van Nieuwaal 1750

De omschrijvingen van de woningen en de persoonlijke omstandigheden van de inwoners zijn soms prachtig plastisch en direct beschreven. De huizen variëren van 'huijsmanswooning', arbijtswooning', een 'boerehuijs', een 'goet', 'gering', 'slegt' of 'vervallen huijs' tot een 'hutje'. De inwoners zijn in redelijke doen of arm, 'levende van den armen' zoals men schrijft, 'onmondig', of 'onnosel'. Voor de laatste aanduiding zouden wij nu zeggen 'verstandelijk beperkt'. De grootmoeder van Abram Joppe uit Brakel is 'stok oud en blindt'. Naast de beroepen (arbeider, "boerke" of "bouwerije", smid, spinster, kleermaker, timmerman enzovoorts) wordt een enkele maal ook een functie vermeldt zoals schout en secretaris.
Voor de belastingheffing werd er gekeken naar het beroep dat men uitoefende, het aantal paarden dat men bezat, het aantal vuurplaatsen in een huis (haarden, ovens) en de aanslag in de 'gemene middelen' (de bijdrage in de algemene kosten van het kwartier) op basis van de 'cumsumtie', het totaal dat men betaalde aan hoofd-, haard-, geslacht- en zoutgeld en gemaal-, wijn- en bieraccijns.

Ga naar de registers op www.streekarchiefbommelerwaard.nl

Sil van Doornmalen,
adjunct-streekarchivaris

Literatuur:
* S.E.M. van Doornmalen, Opname van huizen en personen te Driel in 1750 (Zaltbommel 1989) Bommelerwaardse Bronnen 4
* J.J.A. Buylinckx, Hedel in 1750 (Zaltbommel 1991) Bommelerwaardse Bronnen 12

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen